De ‘hippieficatie’ van sound system culture? Een sociologische repliek

Van onze lezer Pieter Vandenberghe

For English: click here.

Dit is geen persoonlijke aanval, maar een sociologische observatie.

Beste Dries,

vorige week las ik je oproep om de ‘hippieficatie’ van sound system culture een halt toe te roepen. Dit zette me aan het denken. Sta me toe je op een onderbouwde manier van antwoord te dienen.

Ik wil eerst benadrukken dat ik je kritiek in het artikel op zichzelf niet onredelijk vind. Ik vind het waardevol om stil te staan bij de geschiedenis van (sound system) culture, de oorsprong ervan en de manier waarop culturele elementen in een Europese context worden overgenomen en veranderd. Ook het idee dat we ons bewust moeten zijn van culturele toe-eigening en van de historische machtsverhoudingen die daarmee gepaard kunnen gaan, vind ik uiterst verdedigbaar. Toch wil ik je argumentatie vanuit een sociologisch perspectief wat genuanceerder bekijken. Mijn kritiek zit namelijk minder in het feit dat je deze ontwikkelingen bekritiseert, dan in de manier waarop je vanuit jouw eigen positie lijkt te bepalen wat een geïnformeerde, authentieke en correcte manier is om met deze cultuur om te gaan.

Wanneer je zegt dat mensen de geschiedenis van een cultuur zouden moeten kennen, zit daar al een bepaalde verwachting in. Maar wanneer wordt die verwachting een norm? Moet iedereen die naar een dubfeest gaat de geschiedenis van Jamaicaanse sound system culture kennen? Moet iedereen die reggae of dub draait zich verdiepen in Rastafari, sound clashes en de sociale context waarin deze muziek ontstond? Ik denk dat daar iets belerends in kan ontstaan. De boodschap wordt dan gemakkelijk: “Ik/wij heb(ben) het inzicht verworven, en jullie moeten het nog begrijpen.” Dat betekent niet dat kennis over geschiedenis onbelangrijk is. Integendeel. Maar ik vind het problematisch wanneer die kennis wordt gebruikt als maatstaf, om te bepalen wie een cultuur correct beleeft en wie dat niet doet.

Wat ik daarbij interessant vind, is je eigen persoonlijke ontwikkeling. Reflecteren op je eigen positie kan juist leiden tot nieuwe inzichten. Maar ik vraag mij af of een veranderde positie daarom automatisch een objectievere, authentiekere of correctere positie wordt. Je huidige interpretatie is nog steeds gevormd door je eigen ervaringen, kennis en… sociale positie. Je schrijft vanuit een bepaald standpunt. Dat standpunt kan goed onderbouwd zijn en gebaseerd zijn op jarenlange ervaring, maar het blijft een standpunt. Net daarom vind ik het opvallend dat je persoonlijke ontwikkeling in het artikel bijna als een soort bewijs lijkt te functioneren dat je nu beter kunt zien wat er fout gaat bij anderen.

Wie bepaalt eigenlijk wat de ‘echte’ sound system culture is? Wie bepaalt eigenlijk wanneer iemands culturele betrokkenheid ‘echt’ genoeg is? Er ontstaat dan een soort oneindige authenticiteitswedstrijd waarin mensen elkaar voortdurend kunnen beoordelen op de vraag wie de cultuur het meest authentiek, historisch correct of bewust beleeft. Maar wie bepaalt uiteindelijk wanneer iemand de cultuur ‘echt’ begrijpt? En waarom zou er überhaupt één correcte relatie tot die cultuur bestaan?

Cultuur is voortdurend in beweging

Hier vind ik het interessant om een sociologische blik op culturele identiteit te gebruiken.
Stuart Hall, een invloedrijke Jamaicaans-Britse cultuurtheoreticus, beschrijft culturele identiteit niet als iets dat je simpelweg hebt en dat een onveranderlijke authentieke kern bezit, maar als iets dat voortdurend wordt gevormd en hervormd. Culturele identiteiten hebben een geschiedenis en oorsprong, maar zijn daardoor niet statisch: ze zijn voortdurend ‘becoming’.

Dat roept voor mij precies de vraag op die ik in jouw artikel mis: wie bepaalt wanneer culturele verandering nog legitieme ontwikkeling is en wanneer ze ‘verval’ of ‘hippiefication’ wordt? Jouw huidige identiteit en positie ten opzichte van sound system culture zijn immers óók het resultaat van dat voortdurende proces. Je staat niet buiten de cultuur om vervolgens de authentieke vorm ervan te ontdekken; je bent zelf onderdeel van het proces waarin de betekenis ervan wordt geïnterpreteerd en opnieuw vormgegeven.

Hier biedt Pierre Bourdieu, een vooraanstaande Franse socioloog, een interessante aanvulling op Hall. Waar Hall helpt om te begrijpen dat cultuur voortdurend verandert, laat Bourdieu zien hoe binnen zo’n culturele ruimte onderscheid ontstaat rond smaak, legitimiteit en macht. Bepaalde muziek kan als authentiek worden beschouwd, bepaalde kleding als oppervlakkig, bepaalde manieren van dansen als ‘hippie’, bepaalde kennis als onvoldoende en bepaalde deelnemers als meer legitieme of ‘echte’ insiders. Het gaat dan niet alleen om verschillende smaken, maar ook om wie de culturele legitimiteit heeft om te bepalen welke smaak en welk gedrag als ‘juist’ worden erkend.

Daarbij speelt cultureel kapitaal een rol. Jouw kennis van muziekgeschiedenis, Rastafari en sound system culture, gecombineerd met je ervaring als sound owner, selector, MC, label owner en fotograaf, geeft je een bepaalde culturele legitimiteit binnen het sound-systemveld. Die kennis en ervaring zijn waardevol, maar geven je tegelijkertijd een positie van waaruit je kunt bepalen wat volgens jou een authentieke of oppervlakkige interpretatie van de cultuur is. Wanneer je die grens trekt, is dat dus niet louter een neutrale beoordeling: daar zit ook culturele macht in.

Dat betekent niet dat culturele toe-eigening niet bestaat of dat historische machtsverhoudingen irrelevant zijn. Integendeel. Het is juist belangrijk om te kijken naar wie culturele elementen overneemt, uit welke machtspositie, in welke context en wie daar vervolgens economisch of sociaal voordeel uit haalt. Maar wanneer is culturele overname gewoon culturele overdracht en verandering, en wanneer noemen we het cultural appropriation? Moet je je deelname aan cultuur toetsen aan één normatieve standaard uit de geschiedenis?

Als ik als deelnemer aan deze scene muziek uit een bepaalde culturele traditie overneem en verspreid, maak ik zelf ook deel uit van het proces waarin die cultuur wordt geïnterpreteerd en veranderd. Ook ik kan daar commercieel iets aan verdienen. Dat maakt de machtsvraag juist interessant, maar betekent ook dat ik niet zomaar buiten die culturele verandering kan gaan staan en anderen kan verwijten dat zij de cultuur veranderen. Hetzelfde geldt voor jou. Als sound owner, selector, MC, label owner, journalist en fotograaf heb je jarenlang bijgedragen aan de Europese verspreiding en ontwikkeling van deze cultuur. Ook jij hebt haar geïnterpreteerd, geselecteerd, verspreid en mede vormgegeven. Dat is geen persoonlijke aanval, maar een sociologische observatie: niemand die deelneemt aan een cultuur staat volledig buiten het proces waarin die cultuur verandert.

De paradox van de positie

In je artikel lijkt je vroegere identiteit plaats te hebben gemaakt voor een positie waarin je jezelf presenteert als iemand die de cultuur beter begrijpt. Je maakte eerst deel uit van een bepaalde Europese interpretatie van sound system culture, nam vervolgens afstand, reflecteerde en ontwikkelde een nieuwe visie. Dat kan absoluut een persoonlijke groei zijn.

Maar precies vanuit Bourdieu bekeken is interessant dat je eigen ontwikkeling je ook een andere positie binnen het culturele veld heeft gegeven. Je hebt niet simpelweg afstand genomen van één interpretatie en vervolgens de ‘ware’ interpretatie gevonden; je bent vanuit een bepaalde culturele positie naar een andere positie geëvolueerd. Die nieuwe positie geeft je vervolgens ook meer legitimiteit om onderscheid te maken tussen wat jij als authentiek en wat jij als oppervlakkig beschouwt.

Culturele betekenis verandert voortdurend: in de loop der tijd, en door de mensen die eraan deelnemen. Jij bent zelf het voorbeeld van zo’n verandering. Het verschil lijkt alleen te zijn dat jouw verandering wordt beschreven als inzicht en ontwikkeling, terwijl de verandering bij anderen wordt beschreven als hippiefication of verwatering.
Ik kan iemand anders zijn manier van deelnemen aan sound system culture oppervlakkig vinden. Ik kan vinden dat iemand onvoldoende kennis heeft van de geschiedenis. Ik kan zelfs argumenteren dat bepaalde vormen van culturele toe-eigening problematisch zijn. Maar zodra ik mijn eigen interpretatie ga gebruiken als de maatstaf waarmee ik bepaal welke interpretaties van anderen legitiem, authentiek of verantwoord zijn, ontstaat er volgens mij een vorm van gatekeeping.

Subcultuur, identiteitsvorming en polarisatie

Ik ben vooral beducht voor polarisatie. Ik hoop dan ook vooral dat we blijven zien dat mensen op verschillende manieren op zoek zijn naar identiteit, verbinding, of soms gewoon plezier willen maken. Je benoemt die oppervlakkige consumptie, maar ik vraag me dan af: is ook dat niet een vorm van identiteitszoeken? Met de kennis van nu was dit bij mij vroeger alleszins ook een vorm van identiteitscreatie, en ik ben er eigenlijk heel dankbaar voor dat die cultuur mij mee heeft gevormd tot wie ik vandaag ben.

Dat doet mij ook denken aan hoe we naar subculturen en countercultures kunnen kijken. Ze ontstaan vaak vanuit een afzet tegen dominante culturele normen en bieden mensen tegelijk een manier om identiteit en verbondenheid te creëren. Maar wanneer zo’n cultuur groeit, kunnen elementen ervan worden overgenomen door een bredere groep en uiteindelijk onderdeel worden van de bredere cultuur. Wat ooit countercultureel was, kan zo zelf cultuur worden. Vanuit dat perspectief vraag ik mij af of de groei van sound system culture niet gewoon onderdeel is van zo’n cultureel proces. Wat voor de één oppervlakkige consumptie lijkt, kan voor een ander een eerste kennismaking zijn met een cultuur die later veel meer betekenis krijgt. Culturele betrokkenheid begint immers niet altijd met kennis van de geschiedenis, maar soms gewoon met muziek, sfeer, kleding, dans of het gevoel ergens bij te horen. Dat maakt de grens tussen ‘echte betrokkenheid’ en ‘oppervlakkige consumptie’ volgens mij complexer.

Ik denk dat dit proces vandaag bij mensen nog steeds sterk aanwezig is. Misschien wordt het door de groei en de grotere aantrekkingskracht van de scene gewoon massaler en daardoor ook zichtbaarder, waardoor het moeilijker wordt om de individuele zoektocht erachter te zien? Misschien is net die evolutie op zich wel een interessant en breder maatschappelijk gegeven?

Historische analyse ≠ normatieve beoordeling

Ik bekritiseer dus niet je historische analyse, en ook niet het belang van kennis over de oorsprong en context van sound system culture. Mijn kritiek richt zich vooral op de sprong van historische analyse naar normatieve culturele beoordeling: het moment waarop kennis over de geschiedenis wordt gebruikt om te bepalen welke hedendaagse vormen van deelname authentiek, legitiem of verantwoord zijn — en welke niet. Dan wordt het mogelijk om steeds opnieuw naar iemand anders te wijzen en te zeggen: ‘Jij begrijpt het nog niet helemaal.’ Precies daar vind ik dat je kritiek, ondanks een aantal terechte observaties, zelf ook kritisch bekeken moet worden.

Want misschien moeten we naast de vraag wat er verloren gaat door culturele verandering, ook kijken naar wat er ontstaat. Nieuwe deelnemers zijn niet noodzakelijk enkel consumenten van een cultuur; ze kunnen er ook identiteit, verbinding en betekenis in vinden. Een subcultuur die groeit en verandert, verliest daardoor misschien iets van haar oorspronkelijke vorm, maar krijgt tegelijk nieuwe betekenissen. Culturele verandering kan problematische machtsverhoudingen bevatten, maar ze kan niet uitsluitend worden begrepen als verval van een authentieke oorspronkelijke cultuur. Er ontstaat ook iets nieuws. Dat maakt culturele verandering niet automatisch onproblematisch, maar wel complexer dan een tegenstelling tussen authenticiteit en verwatering. Het vermogen om verschillende betekenissen naast elkaar te laten bestaan is wat cultuur levend houdt.

Unite.

✍️ Pieter Vandenberghe
📷 Doryan Rosario